Dart informatie 2018-05-04T13:03:45+00:00

DART INFORMATIE

Het meest bekende en gebruikte bord is het “Londen” of “Clock” bord. Dit bord is verdeeld in 20 genummerde schijven. Het bord bestaat ook uit een aantal ringen. De buitenste rood-groene ring is de “Dubbel” (2x aantal punten) en de binnenste rood-groene ring is de “Triple”(3x aantal punten). De binnenste kleine ring is de “Bull’s eye” met daar omheen de “Bull”. De zwarte en witte vlakken tussen de binnenste en buitenste ring zijn de “Singles” (1x aantal punten) en de allerbuitenste zwarte ring telt niet mee voor de scores.

Waar een goed dartbord aan voldoen moet.
Hoogte van het bord en werpafstand
Speciale dartborden
Waarom staat de nummering in deze volgorde?

Het dartbord moet voldoen aan de volgende

  • in goede staat zonder beschadigingen.
  • volkomen vlak.
  • de draden moeten goed zichtbaar zijn en niet glimmen.
  • de nummering aanwezig en op de juiste wijze aangegeven.
  • de dubbel 20 moet rood zijn.
  • Het dartbord bestaat uit 20 genummerde ‘schijven’ en 2 ‘ringen’.
  • De buitenste ring, de dubbelring (double), telt de punten dubbel. Bijvoorbeeld D20=40 punten, D16=32 punten, enz.
  • De middelste ring, de trippelring (triple), telt de punten 3 keer. Bijvoorbeeld T18=54, T15=45, enz.
  • Het groene vlak in het midden is de Bull en telt als 25 punten.
  • Het rode vlak in het midden is de Bullseye en telt als 50 punten. (telt ook als dubbel).
  • De overige ‘grote’ vlakken tellen allemaal als 1 maal de puntwaarde.

Naar het dartbord:

Het dartbord ophangen is een heel precies werkje. Bij elk bord wordt een montageset geleverd. De ophangplaat schroeven we op de wand, op een hoogte (exact uitmeten!) van 1,73 meter, gerekend vanaf de vloer (fig. 1). Elke dartsbaan dient wat dat betreft hetzelfde te zijn. Meet het nog een keer na als de ophang plaat bevestigd is.

Nu leggen we het dartbord op de vloer of op een tafel en schroeven de bijgeleverde zelftapper met platte kop in het bord. In het centrum van het bord is reeds een gaatje voorgeboord. We draaien de zelftapper er zo diep in dat er twee millimeter ruimte overblijft.

Nu kunnen we het bord ophangen door de schroef van het dartsbord in de sleuf van de montageplaat te haken. Het bord hangt zo vrij en kan gedraaid worden. Zorg ervoor dat het cijfer 20 precies midden boven zit. De ruimte die nu tussen dartsbord en de wand overblijft vullen we op met bierviltjes of stukjes karton. Doe dit op tenminste drie tegenover elkaar liggende punten en werk de vulling weg, dat staat wel zo netjes. Bovendien is een niet weggewerkte vulling storend voor degene die werpt. Controleer of het getal 20 nog steeds midden boven zit. Als het bord nog maar met moeite kan worden gedraaid, is er voldoende vulling aangebracht.

Vervolgens de gooiafstand uit meten. Deze afstand, 2,37 meter, wordt gemeten vanaf de voorzijde van het dartsbord. Ideaal zou een drempeltje (oche / ocky) die de gooilijn markeert, maar een plakstrip voldoet ook (N.B. indien je graag een goede oche wilt installeren op je dartbaan, hou dan de maten aan die de NDF op haar website genoemd heeft: een raised oche is een verhoogde drempel met een minimum hoogte van 38mm en een minimum lengte van 610mm).

Tot slot kun je de baan nog controleren of zowel hoogte als afstand goed zijn door de diagonale lijn tussen bull en oche na te meten. Deze moet namelijk 2,93 meter bedragen.

Dartpijlen:

Voordat we darts aanschaffen is het verstandig er wat meer van te weten. Op onderstaande afbeelding is te zien dat een dartpijl uit drie gedeelten betaat.

barrel – shaft – flightBarrel – shaft – flight

Het belangrijkste is de barrel. De barrel is bepalend voor het gewicht waarmee we gooien. Er zal een tijdje geëxperimenteerd worden voor we voor onszelf het juiste gewicht gevonden hebben. Ook de vorm van de barrel is van zeer groot belang. De dart moet prettig in de hand (tussen de vingers) liggen. Let bij het kopen van een set darts ook goed op de grip van de barrel. Weetje van jezelf dat je handen vlug vochtig worden, kies dan een set met een zogenaamde volgrip barrel, waar je goed houvast aan hebt. Een speler met droge handen raden we aan een set met gladde barrels te nemen.

Er zijn vele soorten barrels te koop. Een keuze moet gevoelsmatig gemaakt worden. Wat in de gaten gehouden moet worden is dat de dart niet zwaarder mag zijn dan 50 gram en de niet langer mag zijn dan 30,5 cm.

Welke lengte van een dart voor je geschikt is, kun je zelf zien: als je een dart in het bord gooit moet deze horizontaal in het bord zitten. Hangt de pijl naar beneden, dan is je shaft (tussenstuk tussen flight en barrel) te lang. Is de shaft te kort, dan steigert de pijl.

Het derde onderdeel van de dart is de flight. De flight is de stabilisator van de dart. Het hangen van een dart in het bord kan ook liggen aan een te grote flight, het steigeren kan daarnaast liggen aan een te kleine flight.

Om een dart goed in het bord geplaatst te krijgen, moeten flight en shaft dus samen een goede combinatie vormen.

Als beginnend darter is het natuurlijk zaak met zo min mogelijk kosten tot een goede dartkeuze te komen. Oefen daarom met pijlen van een ander om uit te vinden of je liever dik/dun, zwaar/ligt en lang/kort het prettigst gooien vind. Koop vervolgens pijlen in een winkel waar je ze ook uit kunt proberen. In veel sportzaken hangt naast de dartatributen ook een oefenbord voor de klanten. Maak daar dan ook gebruik van en schaam je niet de setjes terug te geven als het blijkt dat er geen één bij hebt die prettig lijken.

Pijlen werpen

Een pijl vliegt in een parabolische lijn naar zijn doel (als het goed is). Voor een goede worp is het belangrijk dat de pijl deze lijn volgt. Deze lijn kan hoger of lager zijn, afhankelijk van de kracht waarmee de pijl wordt gegooid. Hoe moet je een pijl nu gooien om de pijl op deze manier te werpen…
Dat wordt duidelijk als we naar de ‘mechaniek’ van de arm kijken…
In deze positie ga je richten

   

De uiteindelijke worp, de beweging van de is heel belangrijk en vormt de basis van je darttechniek. Wanneer iemand begint met darten zou hij/zij allereerst zich de juiste techniek moeten aanleren, alvorens te concentreren op hoge scores.Hoewel iedereen anders gooit, zijn er een aantal die dingen die in ieder geval gedaan moeten worden:

  • Het hele lichaam moet zo onbeweeglijk mogelijk zijn.
  • Het gooien van de pijl moet gebeuren door actie van de onderarm, NIET de hele arm
  • De bovenarm hoeft niet perse zo horizontaal te staan als op het eerste plaatje, maar zeker niet te gebogen.
  • Bij het naar achter bewegen van de pijl (voor de acceleratie) blijft de bovenarm op zijn plaats!
  • Hoever je de pijl naar achter beweegt, is persoonlijk en afhankelijk van de kracht waarmee je gooit.. Oefen om de juiste afstand te vinden.
  • Als je de onderarm naar voren beweegt om te gooien, beweegt de bovenarm van nature wat omhoog. Dit is zeker niet erg!
  • Wijs de pijl na en beweeg je arm niet meteen naar beneden.
  • Sommige spelers ‘knappen’ ook met hun pols op het moment dat ze gooien voor meer acceleratie. Dit is ook persoonlijk en het ligt aan jezef of je dit ook doet.
  • Spinnen: Hoewel spinnen een extra actie is en daardoor de kans op onnauwkeurigheden vergroot, zorgt de spin zelf juist weer voor meer stabiliteit.. Deze twee dingen heffen elkaar als het ware op, dus wederom moet je zelf weten of je dit gebruikt.
  • Het loslaten: Dit moet zich gewoon natuurlijk ontwikkelen. Zorg dat het goed aanvoelt. Veel oefenen dus!
  • Tot slot: indien je eenmaal een eigen stijl hebt, probeer deze niet plotseling te veranderen in een zogenaamde betere stijl. Het is nog niet bewezen, maar de kans dat je hiermee darteritus oploopt is aanwezig.

Nog een goed verhaal over het gooien van de darts:

De techniek:

Op de dartbase is een zeer uitgebreide (Engelse) en zeer informatieve tekst beschikbaar over de fysische achtergrond van het darten. Zeker een aanrader voor als je een diepgaander onderzoek in je werpstijl wil gaan uitvoeren. In de tussentijd kan je hier enkele tips lezen voor het ontwikkelen van een aerodynamische worp.

Staan:

Eigenlijk is er maar één regel over het goed staan bij het darten: zorg dat je stabiel staat. De rest zijn niets anders dan hulpmiddelen om dat te bereiken.
Zorg ervoor dat beide voeten ten aller tijden de grond raken en zorg ervoor dat je niet te ver voorover leunt. Beiden zorgen ervoor dat je tijdens het gooien niet nog eens op zoek moet naar balans.

De grip:

Een aantal basisregels zijn van toepassing, voor de rest is het ontwikkelen van een “natuurlijke” stijl van groot belang.

  • De pijl wijst licht omhoog. Zeker niet omlaag! (zie kopje “wiebelen”)
  • Houd de pijl stevig vast, maar zonder te verkrampen. De pijl moet gemakkelijk los gelaten kunnen worden, maar neit uit je handen vallen.
  • Gebruik minimaal 3 vingers bij het vasthouden, om ervoor te zorgen dat de enige beweging die je pijl maakt in de richting van het bord is.
  • Ontspan.

Wat betreft de specifieke stijl, er bestaan er velen. Ook hier is geen stijl superieur aan een andere. Hieronder staan een aantal voorbeelden.

De Power. Phil Taylor (de meest succesvolle speler ooit) gebruikt deze stijl De pijl wordt vastgehouden als een soort pen. Veel mensen gebruiken in het begin deze stijl.
Touch the Tip. Bij deze stijl (Eric Bristow werd er 5 maal wereldkampioen mee) wordt de pink op de top van de pijl gelegd, om zo meer stabiliteit te krijgen.
Drie vingers. Wordt veel bij Bombers gebruikt. Bij deze kleinere darts is er nl. weinig ruimte om meer vigers kwijt te raken. John Low en Steve Beaton werden er wereldkampioen mee.
De elegante pink. De pink is de enige vingers die niet in de buurt komt van de pijl. De andere vingers houden de barrel stabiel. Rod Harrington gebruikt deze worp.

De pijl werpen:

Voor het werpen van de pijl bestaat één goude regel: Alleen je arm beweegt! Dit betekend dat je lichaam vanaf je schouder af zoveel als mogelijk stil staat tijdens de worp. De worp wordt geheel gemaakt met de onderarm en de hand!

De fases van de worp

  1. Mik. Focus op je doel op het dartbord, niet de schoonheid aan de bar.
  2. Haal je arm terug, voor het verkrijgen van snelheid. Hoe verder je je hand terughaalt, hoe meer snelheid je in de volgende fase krijgt zonder dat je kracht hoeft te zetten! Idealiter is dit de enige bron van kracht voor je worp!
  3. Acceleratie. Probeer zo stabiel als mogenlijk de pijl weg te werpen. Doe dit gelijkmatig en rustig. Op die manier verkrijg je de meeste snelheid zonder nauwkeurigheid te verliezen.
  4. Loslaten. Op het “juiste” moment. Wanneer dit is kan je het beste zelf bepalen.
  5. de “follow trough”. Na het loslaten van de pijl geniet het de voorkeur om je hand de pijl na te wijzen met je hand. Maak dus je beweging af. Op deze manier ben je ervan verzekerd dat je de pijl rustig en goed loslaat en dat je niet al met je hand op weg bent naar de volgende pijl. De trippel 3 komt anders steeds meer in zicht.

De hoek met het bord:

Zoals de (van de dartbase afkomstige) illustratie hiernaast al aangeeft, zullen de meeste pijlen (vrijwel van iedereen) een hoek maken met het bord van tussen de 10 en de 60 graden. Hoe constanter deze hoek is, hoe beter. Merk je dat je behoorlijk verschillende hoeken maakt, dan is er iets mis met je worp, waardoor je een wiebelende baan van de pijl krijgt. Ook kan het zijn dat je grotere flights nodig hebt, aangezien de flight oppervlakte voor stabiliteit zorgt.
Over de hoek van de pijl met het bord geld als vuistregel: kleinere flights geven een kleinere hoek. Deze hoek zegt helemaal niets over de kwaliteit van de worp of de darter.

Wiebelende worp?
Vrijwel alle werpers beginnen met een onstabiele (wiebelende) vlucht van de pijl. Deze onder controle krijgen is een zeer belangrijke stap om te maken. Deze wiebel kan een aantal oorzaken hebben:

  • De pijl maakt geen parabolische vlucht. Als je de bovenstaande regels volgt is deze oorzaak zeer onwaarschijnlijk.
  • De shaft-flight combinatie is niet aerodynamisch genoeg. Ga in dit geval naar een dartwinkel en laat je adviseren. Is de flight misschien te klein, waardoor deze niet voldoende stabiliseerd? Of gebruik je te lange shafts?
  • Je pijlen zijn te zwaar (waardoor je te veel forceert) of te licht (waardoor je de pijl te veel kracht meegeeft).
  • Je arm maakt ergens een beweging die niet richting het bord is.
  • De pijl maakt ergens een neergaande beweging tijdens de greep. Als dit gebeurd moet je pijl een omhooggaande beweging maken tijdens de flight, het geen de nauwkeurigheid zeker niet ten goede komt (steigeren).
  • De pijl wijst te veel omhoog. Hierdoor maakt de pijl een snelle val in het begin van de worp, hetgeen ook een helehoop nauwkeurigheid kost.
  • Je staat niet goed stil. Je positie achter de ockey is niet stabiel, bijv omdat je achterste been de grond niet raakt.

Tellen:

Tellen tijdens het dartspel is het grote geheim. Je bent tijdens een partij darts steeds aan het tellen. Denk niet: tellen dat kan ik niet. In de praktijk is gebleken dat trage rekenaars door het dartspel vlotte cijferaars werden. Oefening baart kunst. Het middel om jezelf te trainen in tellen is het tellen van wedstrijden van andere darters! Door een partij op het telbord uit te schrijven leer je spelenderwijs sneller hoofdrekenen. In het begin zal je misschien wat traag zijn, maar in de loop van de tijd zul je merken dat je steeds sneller wordt. De tafels die je op school moest leren komen weer naar boven drijven. En je zult wel moeten, anders sta je bij darts buitenspel. Schrijven is een essentieel onderdeel van de dartsport. Het is zelfs een verplichting. Als je je steeds aan het tellen probeert te onttrekken, wordt je op den duur niet voor vol aangezien.

Zorg dat je de pijlen direct door telt als ze gegooid zijn. Zodra de derde pijl in het bord zit heb je dan ook direct het totaal van die beurt, kun je het vlot opschrijven en aftrekken van het vorige totaal dat men nog over had en kunnen de darters snel door gooien met de volgende beurt, hetgeen hun spel ook ten goede komt. Darters die van hun teller op aan kunnen dat hij / zij het vlot en vooral goed doet kunnen zich weer beter concentreren op het gooien.
Als je je tafels goed kent gaat tellen ook makkelijker. Tripple 14 is 42, tripple 17 is 51, etc. Dat zijn dan zaken waar je niet bij na hoeft te denken en automatisch lopen tijdens het schrijven van een partij.

Bij het schrijven moet je nooit de totaalscore van een beurt direct aftrekken. Schrijf eerst de totaalscore van de laatste beurt op en trek dat aantal dan pas van het vorige eindtotaal af. Je kunt jezelf dan ten alle tijden controleren of je geen telfouten maakt.

Een darter mag nooit de pijlen uit het bord trekken indien de teller nog niet klaar is met tellen. Doet de darter het toch, kan de teller de totale beurt niet mee tellen. Wacht daarom op de teller en toon geduld en respect als darter!

Hoe een teller het scorebord dient in te vullen:

Praktijk voorbeelden:

Op afbeelding 1 zie je dat Hans tegen John speelde. Hans stond met 1 set achter (1-3 in legs was de eerste set). Ze waren nu bezig aan de tweede set, en daarin de eerste leg.

(afbeelding 1)   (afbeelding 2)  (afbeelding 3)

 (afbeelding 4)     (afbeelding 5)    (afbeelding 6)  (afbeelding 7)

Hans begon de leg (“with the darts”), John speelt dus “against the darts”. We zien dat Hans niet echt op dreef is, John wel. John gooit in zijn tweede beurt 100, hetgeen opgeschreven wordt zoals in de V-figuur in afbeelding 2 weergegeven is. Indien men meer dan 100 scoort schrijft men dezelfde V-figuur als in afbeelding 2, aangevuld met de meer-score tussen de poten van de V ingeschreven (zie afbeelding 3).

Op het moment dat 1 van beide darters kan checken, trekt men een streep schuin door het laatste scoretotaal en het voorgaande resttotaal, opdat de darters duidelijk in beeld hebben dat die persoon dus kan checken en wat daarbij zijn resttotaal voor de volgende beurt is.

Op afbeelding 4 zie je dat John de tweede leg in de tweede set begonnen is. Omdat Hans als eerste op het bord genoteerd staat, tekent men een grote pijl naar rechts op de plek waar anders de eerste score van Hans gestaan zou hebben. De echter eerste beurt van hans wordt na de eerste beurt van John genoteerd op de plek onder de pijl.

Verder valt op dat de teller in het voorbeeld een foutje maakt na beurt 5 van John. John hield na die beurt een totaal van 192 over, en daarom had de teller geen streep mogen trekken door het scoretotaal van beurt 5 en het resttotaal na beurt 4. Het indiceert namelijk ten onrechte dat John 192 kan uitchecken, hetgeen dus niet lukt met 3 pijlen in beurt 6.

Sommige darters spreken voor aanvang van de partij af een x-bedrag per slechte beurt te betalen en het geld in een teamkas bij te houden zodat er gespaard wordt voor bijvoorbeeld een feestavond. Vaak spreekt men dan af: 26 punten of lager, mits je nog meer dan 100 als restscore aan het begin van je beurt had, is een kwartje betalen. Zodra een dergelijke score gedaan is, roepen ze in Engeland vaak: “circle it” en trekt men een cirkeltje om dat beurt totaal.

De “T” als resttotaal na beurt 6 betekend TOP, hetgeen dus dubbel 20 inhoud

Dit heeft zijn oorsprong in dat men ook wel 1– noteerde voor een 100 score. Het streepjes gedeelte wordt dan al snel 1 lang gerekte streep die weer vast zit aan de 1. Er ontstaat dus een soort V-teken dat heden ten dage staat voor een 100 score (ton-score).

Bij een resttotaal van 101 wil men ook wel 1 streepje 1 noteren als resttotaal (afbeelding 5). De nul vervangt dan met een streepje. Dit is echter niet verplicht om zo te noteren, een nul mag ook als 0 genoteerd worden. Op de Europese kampioenschappen mag men zelfs geen streepje schrijven, dat is Europees niet erkend en wordt derhalve niet op die manier genoteerd.

400 wordt genoteerd als 4– dus vier streepje streepje (afbeelding 7)

Een resttotaal van 32 wil men ook wel eens noteren als X 16, hetgeen dus inhoud dat dit resttotaal met 1 pijl gegooid kan worden, namelijk dubbel (X) 16. Een resttotaal van 20 is dan bijvoorbeeld X 10. De teller moet dan wel duidelijk roepen dat er dubbel “nog wat” gegooid moet worden, opdat hier geen ergernissen over kunnen ontstaan. (afbeelding 6)

Darts, the sport that begins and ends with a handshake!

Darten is een sport waar echte etiquettes voor zijn. Er worden bepaalde dingen van je verwacht als speler, teller of toeschouwer. Natuurlijk zijn er altijd mensen die zich hier niet aan houden, maar die mensen zijn gewoon onfatsoenlijk of slechte verliezers. Als je jezelf een beetje aan onderstaande etiquettes houdt zul je zien dat je veel meer waardering van je mededarters zult vergaren.

Regel 1: Wees sportief!

Een darter schudt altijd aan het begin van de partij de hand met zijn tegenstander, en wenst hem succes. Maar ook na de wedstrijd geef je de tegenstander een hand, zeggende dat ie goed gespeeld heeft, of je nou hebt verloren of gewonnen.

Regel 2: Zorg dat je je tegenstander op geen enkele manier afleidt!

Omdat er met darten veel van je concentratie wordt gevraagd is het belangrijk dat je door niks of niemand afgeleid wordt. Niet door je tegenstander maar ook zeker niet door het publiek. Hier even de punten op een rijtje:

  • praat nooit tegen de speler die moet gooien.
  • ga niet staan te ‘oe-en’ en ‘aa-en’ na elke dart die je hebt gegooid.
  • wacht tot je tegenstander alle 3 darts heeft geworpen voordat je hem complimenteert met z’n worp.
  • Maak nooit plotselinge bewegingen als een speler aan het gooien is. Dit geldt voor zijn tegenstander en ook voor de teller. Het is vooral belangrijk dat de teller stil staat, die staat natuurlijk pal voor de speler wanneer ie gooit.
  • het beste is nog als de tegenstander achter de speler staat die moet gooien.
  • de toeschouwers moeten muisstil zijn op het moment dat er gegooid moet worden.
  • niemand anders dan een teammaat of de teller mag de speler vertellen welke score er gegooid is.
  • wat er door de speler is gegooid mag alleen aan de speler verteld worden als daar om wordt gevraagd.
  • niemand behalve de teammaat, zelfs niet de teller, mag de speler vertellen wat ie met de volgende pijl moet gooien.

Regel 3: Eerst schrijven, dan pijlen uit het bord halen!

Om onenigheden te voorkomen is het belangrijk ervoor te zorgen dat pas als de score is opgeschreven (of afgeroepen) door de teller, de pijlen uit het bord worden getrokken.

Regel 4: Maak van verliezen geen halszaak!

Waardeer wat andere spelers bereikt hebben. Als een andere speler van je wint, zorg dat je daar mee kunt leven. Houdt altijd in gedachten dat als jij iets goed hebt gegooid dat je er ook blij mee zou zijn, en wees dus ook blij voor je tegenstander. Dit toont dat je een goed sportman/sportvrouw bent, maar het zorgt er ook voor dat je zelf ontspannen blijft. Je zult altijd beter gooien als je ontspannen blijft dan wanneer je je boos maakt of gespannen bent.

Veiligheidsregels:

Kinderen die pas beginnen met darten kunnen beter onder begeleiding van een ouder iemand darten. In de regel is het zo dat borden niet lager gehangen worden of afstanden verkleint worden om de kinderen het daarmee makkelijker te maken. In de toernooien die door de dartbonden georganiseerd worden, zijn de dartbanen voor de allerkleinsten onder ons gelijk aan die van de senioren darters. Alle regels die hieronder staan zouden bij de begeleidende oudere persoon bekend moeten zijn en nageleefd worden opdat de kinderen van meet af aan veilig leren darten. Wijs de kinderen op het gevaar van fouten die ze maken.

  • Laat nooit iemand tussen de darter en het dartbord staan/lopen. Terugspringende pijlen of verkeerd geworpen pijlen zijn levensgevaarlijk en kunnen ernstige verwondingen tot gevolg hebben. Met name kinderen of huisdieren willen zich in deze gevarenzone wel eens ophouden tijdens oefensessies of dartpartijen. Iedereen en alles dus achter de werper houden (de teller uitgezonderd – zie ook de opmerkingen over de teller hieronder).
  • Zorg ervoor dat een kind de pijlen goed uit het bord kan halen. Een stevige stoel voor het dartbord met de rugleuning naar de muur is een hele simpele en handige opstap voor de allerkleinsten om op een veilige manier de pijlen uit het bord te halen. Laat kinderen nooit naar de pijlen springen als ze er net niet staand bij kunnen, de pijlen kunnen via de gestrekte arm in de ogen vallen als ze losgetikt worden. Een bord dat bewust niet te vast aan de muur gemaakt is omdat kleine kinderen dan het bord kunnen bijdraaien als de pijl te hoog voor hen in het bord zit is GEEN goede oplossing. Ten eerste dient een dartbord netjes strak te zitten en is het lastig dat een bord draait bij het uithalen van pijlen (de volgende darter heeft dan vaak de 20 niet netjes boven aan staan). Ten tweede lost het kunnen draaien van een bord niet op dat hoog gegooide pijlen die naast het bord zitten er door de kleine kinderen makkelijk uitgehaald kunnen worden.
  • “Speerwerpen” is uit den boze. Met teveel kracht je pijlen gooien is verkeerd en gevaarlijk voor jezelf. Een terug ketsende pijl, een zogenaamde bouncer, kan met soepel gooien nog tot kort voor je voeten belanden.
  • Loop na je laatste pijl, terwijl je arm de beweging van het gooien nog net niet afgemaakt heeft, NIET direct richting het dartbord, je kunt een bouncer hebben met die pijl waar je dan zelf in loopt, met name kinderen krijgen die pijl dan op gezichtshoogte terug.
  • Gooi niet zonder deugdelijke en gesloten schoenen. Er zijn voorbeelden van darters die een pijl in de voet kregen en hierdoor vervelende ontstekingen overhielden. Een gesloten schoen beschermd je voeten beter dan zandalen. Het wisselen van schoeisel komt je prestaties vaak niet ten goede. Oefenen op bijvoorbeeld klompen en partijen gooien met schoenen is een verschil…
  • Van grote afstand pijlen gooien, of kunstjes / geintjes met pijlen uithalen kan bijzonder gevaarlijk zijn. Gooi met verstand en uitsluitend vanaf de okkie (de afstandslijn die zich 2 meter en 37 centimeter van het bord bevind).
  • “No angry darts!” Een kreet die wel eens boven een dartbord gehangen wordt in Engelse pubs, maar die ook in Nederlandse dartlokaties niet misplaatst zou zijn. Het is gevaarlijk voor een teller als er kwaad een pijl nagegooid wordt richting bord, want bij het kwaad nagooien wordt er niet meer zo nauw gekeken waar er gegooid wordt en ook gooit men dan vaak met overdreven veel kracht, bij elkaar een gevaarlijke combinatie. Dat je jezelf daarmee ernstig kunt blesseren is je eigen schuld, maar het is een schande als een teller door zo’n actie letsel oploopt! Toon zelfdiscipline en vooral karakter door dit dus NIET te doen.
  • De teller staat tijdens een partij het dichtst bij het dartbord. De darters moeten wachten met gooien totdat de teller klaar is met het noteren van de score en restscore. Je geeft daarmee de teller ook de kans alles goed te verwerken, hetgeen je eigen spel ten goede komt omdat je je dan beter concentreert op de partij. Daarnaast is het natuurlijk een gevaarlijke situatie als een teller die links van het bord staat te schrijven de pijlen op bijvoorbeeld de dubbel 16 vlak naast zijn gezicht krijgt geworpen terwijl die nog bezig is. Toon respect voor de teller, wacht met gooien tot deze weer “bij” is.
  • De teller zelf doet er goed aan stil te staan en op een zo veilige mogelijke manier afstand te nemen van het bord. Pas op dat je niet te ver weg stapt en daardoor in de gevarenzone van andere dartbanen komt te staan, want darters houden doorgaans alleen hun eigen baan in het vizier en niet nog eens de buurman – buurvrouwbanen.
  • De teller moet niet tijdens het werpen gaan kijken waar nu precies de voorgaande pijl terecht gekomen is. Als je het niet goed kunt zien wacht je tot de laatste pijl gegooid is en stap dan naar voren om een beter zicht op de zaak te krijgen. Het leid de werper trouwens onnodig af dat een teller met zijn of haar hoofd staat te knikken in de buurt van het bord. Indien de werper de teller tussendoor verzoekt te kijken wat er nu precies gegooid is wordt het natuurlijk een ander verhaal, de werper moet dan ook wachten tot de teller weer terug is op de voor hem/haar veilige plek.

Engelse uitdrukkingen en uitspraken in de dartsport:

Een spreekwoord dat voor velen (vooral de beginnende darters) reeds opging: THE BIGGER THE MIRACLE, THE SMALLER THE AUDIENCE. Op het moment dat je werkelijk een keer iets grootst aan het dartbord presteert (miracle = wonder), heb je weinig tot geen getuigen met wie je je succes had willen vieren (audience = publiek). Dit gezegde op 15 januari 2001 voor het eerst door Heineken Nederland BV gebruikt in de reclamespot van Murphy’s Bier met de darter die, na weer een verloren leg, de pijlen gefrustreerd naar achteren in het dartbord gooit en stomverbaasd constateert dat met de achteloze worp driemaal dubbele bull gooit (voor de kenners onder ons: een Hattrick) – maar helaas niemand die het hem zag doen……………..

Indien iemand me helpen kan liefst beide beeldbestandjes, hou ik me aanbevolen. Wellicht dat op den duur deze reclamespot-link niet meer werkt omdat de ster-internetsite een aanpassing ondergaan heeft.

TREBLES FOR SHOW, DOUBLES FOR DOUGH: Het is leuk en aardig dat je veel trebles gooit (show), maar de leg wordt uiteindelijk gewonnen (dough = soldij, dus uitbetalen) door diegene die de dubbel het eerste gooit.

Even een dipje te verwerken? John Part had op de PDC website een goede tip:
Always focus on your next dart, not your last one (concentreer je op je volgende pijl, en niet op de vorige)

It’s nice to win, but you got to take it when you loose as well.
Smile when you win and smile when you loose!
Embassy 2000: Bobby George na de partij Mason-Barneveld

“May the darts be with you!”: afscheidswoorden van Bobby George

Dubbel één (ook wel The Madhouse) is volgens menig darter een lastig obstakel. Sommigen zeggen dat het puur tussen de oren zit dat je die dubbel niet kunt gooien, anderen zeggen dat deze horde met veel geluk genomen kan worden. Feitelijk komt het net als alle andere dubbels op oefenen aan, of zoals Bob Anderson ooit eens stelde: “The more I practice, the luckier I get”!

Als men zegt: THE FIRST SET WENT WITH THE DARTS: bedoelt men dat de eerste set niemand zijn leg (die men beginnen mocht) verloor. It went with the darts: de darter die de leg begon, werd niet gebroken en behield zijn of haar leg.

Als men zegt: RAYMOND MUST GO AGAINST THE DARTS: bedoelt men dat Raymond als tweede in de leg van start gaat en zijn tegenstander probeert te breken.

Tellers of mastercallers maken ook wel eens fouten. De caller’s call, wat er over is, is bindend. Je mag er vooraf wel protest om maken (als de caller de fout ook inziet, past die hem aan), maar dat wat de caller opgeeft te gooien, moet gegooid worden en kan achteraf niet over gezeurd worden. Ze zeggen dan ook in Engeland: The greatest Right in the world is the Right to be Wrong!